
Gebruiksaanwijzing
19
2.1 Aansluiting op de waterleiding
Voorkom het risico van verstoppingen of
beschadigingen:
als de waterleiding nieuw is of
langdurig ongebruikt gebleven, moet u, voordat
u de aansluiting op de waterleiding uitvoert,
controleren of het water helder is en zonder
vervuiling om schade aan het apparaat te
voorkomen.
Gebruik voor de aansluiting van de
vaatwasser op de waterleiding, uitsluitend
nieuwe slangen; gebruik nooit oude of reeds
gebruikte slangen.
AANSLUITING
WATERKRAAN
Sluit de toevoerslang, na plaatsing
van het bij de vaatwasser geleverde
filter A
, aan op een koudwaterkraan
met een schroefdraad van ¾
Draai de slang met de hand stevig
vast en draai hem nog circa een
kwartslag na met een tang.
uitgeruste modellen is het filter al
in de ring met schroefdraad
aangebracht.
Kommentare zu diesen Handbüchern